Per 1 januari 2018: beperking van de gemeenschap van goederen

In de Tweede Kamer is met ruime steun een wetsvoorstel aangenomen om de gemeenschap van goederen te beperken. De wet treedt in werking per 1 januari 2018.

Tot en met 31 december 2017 trouwt iedereen in Nederland als hoofdregel in algehele gemeenschap van goederen. Dat is in bijna alle landen anders. In Nederland vallen bijvoorbeeld een erfenis die tijdens het huwelijk wordt ontvangen en ook schulden en bezittingen die voor het huwelijk zijn ontstaan of verworven in de gemeenschap van goederen. Dat is de algehele gemeenschap van goederen die wij al sinds 1838 kennen. Om af te wijken van een algehele gemeenschap van goederen moeten huwelijkse voorwaarden worden opgesteld, zo’n 25 % van de mensen doet dat. Verder kunnen ouders bij testament bepalen dat hun schoonzoon/-dochter niet erft (insluitingsclausule). Maar dat wordt niet altijd gedaan.

In de nieuwe wetsartikelen 1:93 en 1:94 BW wordt straks geregeld dat standaard een gemeenschap van goederen alleen beperkt is tot hetgeen tijdens het huwelijk is of wordt opgebouwd. Erfenissen, schenkingen en voorhuwelijkse bezittingen en schulden blijven voortaan buiten de gemeenschap. Wel kunnen verloofden straks alsnog kiezen voor de oude algehele gemeenschap van goederen, als een optie via huwelijkse voorwaarden.

In de nieuwe situatie kunnen uiteraard wel bewijsproblemen ontstaan. Bijvoorbeeld of een cadeau nu is gegeven aan echtgenoten samen of aan één echtgenoot. En van wie kwamen bepaalde inboedelgoederen nu toen partijen gingen trouwen? Bij erfenissen of voorhuwelijks bezit kan het bijvoorbeeld ook complex worden als dit vermogen op de gezamenlijke spaarrekening wordt gestort en van die rekening van alles en nog wat wordt betaald. Is dan de erfenis uitgegeven aan een vakantie of staat de erfenis nog op de spaarrekening?

Toch zijn dat soort praktische problemen op te lossen en minder vergaand dan de grote effecten die nu soms kunnen ontstaan. Deze wetswijziging is derhalve een noodzakelijke modernisering van het huwelijksvermogensrecht. Het past beter bij de tijdsgeest om te aanvaarden dat de echtgenoten ieder hun eigen vermogen hebben en alleen delen hetgeen zij hebben opgebouwd in de jaren dat ze samen zijn. Het nieuwe recht sluit ook beter aan bij het recht in andere Europese landen.

Ook wordt het minder nodig om huwelijkse voorwaarden op te stellen voor ondernemers. Het toekomstig artikel 1:96 lid 3 BW luidt namelijk:

Het verhaal op de goederen van de gemeenschap voor een niet tot de gemeenschap behorende schuld van een echtgenoot is beperkt tot de helft van de opbrengst van het uitgewonnen goed. De andere helft komt de andere echtgenoot toe en valt voortaan buiten de gemeenschap. De andere echtgenoot is bevoegd, indien een schuldeiser verhaal op een goed van de gemeenschap zoekt ter zake van een niet tot de gemeenschap behorende schuld, het goed waarop de schuldeiser verhaal zoekt, over te nemen tegen betaling van de helft van de waarde van dat goed uit zijn eigen vermogen. Vanaf het tijdstip van de overneming is dit een eigen goed van deze echtgenoot, dat niet in de gemeenschap valt.

Dit betekent dat in de nieuwe gemeenschap van goederen schuldeisers van de (onderneming van) een van de echtgenoten zich alleen tot de helft op gemeenschappelijke goederen kunnen verhalen, waarbij de andere echtgenoot de schuldeiser kan uitkopen.

Belangrijkste alarmpunt: dit geldt alleen voor huwelijken die zijn gesloten na de inwerkingtreding van de wet. Dat betekent dat nog tientallen jaren ook met de oude wet moet worden gewerkt, namelijk voor alle huwelijken die voor de inwerkingtreding zijn gesloten. Toch is het wel begrijpelijk dat hiervoor is gekozen, omdat er anders forse vermogensrechtelijke consequenties zouden zijn voor alle bestaande huwelijken, alle lopende echtscheidingen, etc. Namelijk dat ‘tijdens de wedstrijd’ de regels veranderd zouden worden. Daar staat wel tegenover dat alle bestaande huwelijken geconfronteerd blijven met de soms vergaande gevolgen van de algehele gemeenschap van goederen. Waarvan het vaak de vraag is of verloofden bewust voor die gevolgen hebben gekozen in aanloop naar hun huwelijksdag. Want toen ging het toch vooral over de jurk en de trouwlocatie…

 

 

 

 

Reageren gesloten.