Scheiden… en de kinderen dan?

‘Scheiden… en de kinderen dan?’ is een rapport van André Rouvoet, uitgebracht in opdracht van het kabinet. Rouvoet adviseert bijvoorbeeld om meer voorlichting te geven aan ouders en aan hun omgeving over hoe om te gaan met een scheiding, waarbij kinderen betrokken zijn.

Rouvoet vindt onder meer dat kinderen een grotere stem moeten krijgen in de afspraken die gemaakt moeten worden bij echtscheiding. Verder wil hij dat het ‘toernooimodel’ in de prullenbak verdwijnt. Daarmee bedoelt hij de strijd tussen ouders bij verschillende rechters, waarbij geschillen groter worden gemaakt, in plaats van kleiner. Hij verwacht een actieve rol van de rechtspraak en van advocaten om aan dit ‘toernooimodel’ een einde te maken.

Eerst over een grotere rol voor kinderen. Dat lijkt zo logisch. De veronderstelling is dat ouders alleen met hun eigen agenda bezig zijn als het over een omgangsregeling gaat. Terwijl de kinderen misschien wel helemaal geen zin hebben om drie keer per week van de ene ouder naar de andere te trekken, met een weekendtas vol spullen.

Maar toch drie punten ter relativering:

  • Ouders houden ook nu al vaak rekening met de wensen van hun kinderen. In Nederland worden kinderen van nature betrokken bij belangrijke beslissingen in gezinnen, van de nieuwe vakantie tot de kleur van hun kamer en hoe vaak ze op de computer mogen. Maar als ouders gaan scheiden moeten ze twee aparte huishoudens overeind houden. Dat betekent vaak dat er meer gewerkt moet worden. Daarbij kost scheiden ouders nu eenmaal heel veel energie. Er moet verdriet verwerkt worden, er moet een nieuwe start worden gemaakt. Er moet heel veel geregeld worden. Het is dan moeilijk om ook veel aandacht te hebben voor de wensen van de kinderen, zeker als die niet passen in de plannen.
  • In hoeverre zijn kinderen wilsbekwaam? Uit onderzoek over de vraag of kinderen medische beslissingen kunnen nemen, blijkt dat de hersenen van de meeste kinderen pas tussen 10 en 12 jaar voldoende ontwikkeld zijn om beslissingen zelf te nemen. De exacte leeftijd is afhankelijk van onder meer IQ. Maar vooral opvallend is dat ook kinderen die bijvoorbeeld een ernstige ziekte hebben, niet eerder wilsbekwaam zijn. Kinderen onder die leeftijd zijn eenvoudig te beïnvloeden en hebben moeite om bij grote beslissingen alle kanten te zien. Later in de adolescentie zie je dat nog eens terugkomen. Of een kind al wilsbekwaam is kan onder meer getoetst worden door een kind een ingewikkeld verhaal te vertellen met meerdere stappen en het kind dan dat verhaal te laten navertellen door een simpele vraag te stellen, waardoor het kind dat verhaal moet herhalen. Hiervoor zijn wetenschappelijke toetsingskaders ontwikkeld door het AMC (dr. Irma Hein), gebaseerd op Amerikaans onderzoek.
  • Op welk moment betrek je de kinderen dan in het tot stand komen van afspraken? En hoe wordt voorkomen dat de ene ouder net wat handiger dan de andere ouder het kind voor zijn/haar karretje spant? Hoe voorkom je dat de kinderen partij worden in de ruzies tussen hun ouders? Want mijn beeld is toch dat veel kinderen zeggen: ‘ik wil niet kiezen tussen mijn ouders, ze zoeken het maar uit met hun scheiding’. Of dat kinderen omwille van de goede vrede proberen hun beide ouders zo veel mogelijk tegemoet te komen, zonder dat ze dan hun eigen belang voorop stellen. Het horen van de kinderen in meerdere gesprekken door een daartoe opgeleide maatschappelijk werker zou misschien nog het beste zijn. In Duitsland schrijft deze een rapport aan de rechter na een paar gesprekken met de kinderen.

Verder is het ook belangrijk om positief te blijven. Ook Rouvoet ziet dat in de meerderheid van de gevallen een echtscheiding wel in harmonie wordt geregeld. Een echtscheiding kan ook heel noodzakelijk zijn, als er veel ruzie is bijvoorbeeld. Een omgangsregeling wordt ook vaak later alsnog gewijzigd als de omstandigheden wijzigen of als kinderen zeggen: ik trek dit niet. Ook in gevallen waar de echtscheiding moeilijk is verlopen.

Dan het ‘toernooimodel’. Vooropgesteld: rechtspraak is beschaving. Vroeger vochten mensen geschillen thuis of op straat met elkaar uit, tegenwoordig vraagt men de rechter om een oordeel. Ieder geschil dat voorgelegd wordt aan de rechter, wordt dus niet beslist door wie de sterkste is of wie de slimste, maar door een onafhankelijke derde.

Mijn beeld is niet dat de meeste ouders in beroep gaan van een beslissing van de rechter omdat ze per se willen ‘winnen’, maar omdat ze vinden dat die beslissing van de rechter niet de juiste beslissing is. De rechtspraak zou een deel van die beroepen kunnen voorkomen door meer tijd uit te trekken voor een zaak. Een zitting over omgang of alimentatie duurt meestal een half uur of drie kwartier. Te vaak hebben partijen het gevoel dat de rechter onvoldoende heeft doorgevraagd naar de onderliggende belangen en alleen gevraagd heeft naar de punten die de rechter nog nodig had voor het oordeel. Als de beslissing dan negatief is, dan wordt beroep ingesteld omdat iemand zich onbegrepen voelt door de rechter. Als de rechter meer tijd heeft genomen om door te vragen, dan leidt dat tot betere beslissingen en minder hoger beroep. Kijk naar de rijdende rechter, die komt kijken bij de mensen thuis. Ook al hebben ze standpunten die juridisch gezien kansloos zijn, hij geeft ze wel aandacht. Waardoor mensen zich gehoord voelen en vervolgens eerder de uiteindelijke beslissing accepteren.

Maar bovenstaand punt kan de rechtspraak niet kwalijk worden genomen met de huidige financiering. Het Rijk trekt maar een paar miljoen uit voor het voorkomen van ‘vechtscheidingen’, en dat budget lijkt vooral aan voorlichting op te gaan. Om de rechtspraak en de advocatuur werkelijk te versterken en bijvoorbeeld een maatschappelijk werker voor de kinderen standaard in te voeren is substantieel geld nodig.

 

 

Reageren gesloten.