De ondernemer als alimentatieplichtige

Er zijn steeds meer ondernemers in Nederland, velen zijn uit loondienst getreden en als zzp’er aan de slag gegaan. Daarnaast zijn er natuurlijk de meer klassieke ondernemers.

Om alimentatie te kunnen berekenen moet eerst worden vastgesteld welk inkomen de alimentatieplichtige heeft. Dat is bij ondernemers vaak een complexe kwestie. De hoofdregel is dat gekeken wordt naar de resultaten van de onderneming van de laatste drie jaar. Maar de rechtbank hoeft niet het gemiddelde van die drie jaar als uitgangspunt nemen. Er kunnen allerlei redenen zijn om daarvan af te wijken, bijvoorbeeld een negatieve trend of juist een positieve trend, of voorlopige cijfers van het lopende jaar. Ook kan de rechtbank oordelen dat teveel reserves worden opgebouwd in de BV, terwijl die ten bate van het inkomen zouden moeten komen.

Het is dus al ingewikkeld genoeg om het inkomen van de ondernemer vast te stellen. Vervolgens is het zo dat de fiscale voordelen die de ondernemer heeft worden toegepast om zijn netto besteedbaar inkomen te berekenen. En dat is wat mij betreft eigenlijk een weeffout in de alimentatienormen, die weinig aandacht krijgt. De fiscale voordelen die een ondernemer krijgt zijn namelijk bedoeld om ondernemen te stimuleren, om het lonend te maken. En ook om de risico’s en de wisselende inkomsten die bij het ondernemen horen te compenseren.

In de alimentatieberekening worden bij eenmanszaken onder meer de 14 % MKB-vrijstelling en de zelfstandigenaftrek van € 7.280 helemaal meegenomen. Dat betekent dat de ondernemer vaak veel meer ruimte heeft om alimentatie te betalen, dan iemand met hetzelfde inkomen in loondienst. Dat leidt dus ook vaak tot hogere alimentatieverplichtingen.

Vervolgens zie ik de praktijk dat veel ondernemers minder gaan presteren door of vanwege hun echtscheiding, bijvoorbeeld omdat hun partner een ondersteunende rol had of omdat ze meer tijd met de kinderen gaan doorbrengen. Ook demotivatie speelt soms een rol. Verder hebben ondernemers vaak iedere maand sterk wisselende inkomsten. Ze zijn gewend om hun uitgaven aan te passen aan hun wisselende inkomsten. De alimentatie is echter een vast bedrag dat iedere maand op tijd betaald worden. Dat leidt bij ondernemers vaak tot betalingsproblemen. Zo zijn ook de alimentatiegerechtigden eigenlijk de dupe van een te hoog vast gestelde alimentatie, omdat ze voortdurend achter hun geld aan moeten en het soms te laat of helemaal niet krijgen. Bovendien zie ik bij ondernemers bovengemiddeld vaak dat er een procedure wordt gestart tot verlaging van alimentatie, omdat zij voorzien dat hun inkomen in dat jaar lager zal zijn, bijvoorbeeld als een vaste klant is weggevallen. Omdat de rechtbank niet alleen naar dit jaar, maar ook naar afgelopen jaren kijkt, is het niet gezegd dat de alimentatie dan fors verlaagd wordt. Het gemiddelde van drie jaar daalt immers maar langzaam. Deze nieuwe rechtszaken jagen zowel de alimentatieplichtige als de alimentatiegerechtigde op nieuwe proceskosten en leiden tot een verder verstoorde onderlinge verhouding.

Het zou daarom volgens mij beter zijn als de fiscale voordelen van het ondernemen (specifiek de MKB-vrijstelling en de zelfstandigenaftrek) niet of niet volledig worden meegenomen bij de berekening van alimentatie. Dan zou een alimentatie berekend kunnen worden die duurzamer is, die op tijd betaald kan worden, ook in maanden dat het minder gaat en die minder vaak gewijzigd hoeft te worden. En bovendien blijft ondernemen dan lonend voor de ondernemer.

Reageren gesloten.